Klantenreactie

Jullie werken snel, goed en spreken dezelfde taal als ons. Tevens zijn jullie niet te duur voor de kwaliteit die jullie leveren. Er is een snelle... Lees meer ›
Martin Flory, Asbestverwijdering Flory BV

Nieuwsbrief Prinsjesdag 2018

Naar aanleiding van de onlangs door de belastingdienst gepubliceerde nieuwsbrief en de op Prinsjesdag 2018 aangekondigde maatregelen hebben wij een opsomming gemaakt van de meest relevante wijzigingen op het gebied van loonheffingen / sociale zekerheid , salarisadministratie en personeel.

In deze nieuwsbrief treft u de volgende onderwerpen aan:

1. Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2019
2. Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet
3. Verhoging onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking
4. Fiscale bijtelling fiets van de zaak
5. 30%-regeling met ingang van 1 januari 2019 verkort naar vijf jaar
6. Wijziging bijtelling auto’s zonder CO2-uitstoot:
7. Meldingsplicht EU-dienstverleners treedt in 2019 in werking
8. Vervanging Wet DBA verder uitgewerkt in 2019
9. Wijzigingen sectorale bijdragen 2020
10. Subsidie maatregel Loonkostenvoordeel
11. Afkoopkorting pensioen in eigen beheer in
12. Kraamverlof
13. Minimumjeugdloon 21 jarigen

Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2019
Het gecombineerde tarief van de tweede en derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting bedraagt in 2018 40,85%. Met ingang van 1 januari 2019 wordt het tarief in beide schijven verlaagd met 2,75%-punt naar 38,10%. Het tarief van de vierde schijf bedraagt in 2018 51,95% en wordt met ingang van 1 januari 2019 verlaagd met 0,2%-punt naar 51,75%. Daarnaast worden de eerste en tweede schijf verlengd en de derde schijf verkort, waardoor de vierde schijf in 2019 – net als in 2018
– begint bij een belastbaar loon van meer dan € 68.507. Het gecombineerde tarief in de eerste schijf per 1 januari 2019 is 36,65%.

De algemene heffingskorting
De maximale algemene heffingskorting wordt met € 184 verhoogd. Rekening houdend met de inflatiecorrectie is de maximale algemene heffingskorting per 1 januari 2019 € 2.477. De hoogte van de algemene heffingskorting is afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de algemene heffingskorting. Bij een inkomen van € 68.510 en hoger is de algemene heffingskorting nihil.

De arbeidskorting
De maximale arbeidskorting wordt met € 111 verhoogd. Rekening houdend met de inflatiecorrectie is de maximale arbeidskorting per 1 januari 2019 € 3.399. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.060 bouwt de arbeidskorting af. Bij een arbeidsinkomen van € 90.710 en hoger is de arbeidskorting nihil.

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet
De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd door de werkgever zal met ingang van 1 januari 2019 worden verhoogd van 6,90% naar 6,95%. Het maximale premie-inkomen voor de Zorgverzekeringswet bedraagt per 1 januari 2019 € 55.923.

Verhoging onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking
Vrijwilligers worden onder voorwaarden niet als werknemer aangemerkt voor de loonbelasting en komen in aanmerking voor de zogenoemde vrijwilligersregeling. Om als vrijwilliger te kwalificeren dient de persoon niet bij wijze van beroep arbeid te verrichten voor een algemeen nut beogende instelling (ANBI), een sportorganisatie of een organisatie die niet aan de vennootschapsbelasting is onderworpen of daarvan is vrijgesteld. Als dit het geval is, kan een bedrag van maximaal € 150 per maand en op kalenderjaarbasis in totaal maximaal € 1.500 als onbelaste vergoeding/verstrekking aan de vrijwilliger worden gegeven. Met ingang van 1 januari 2019 wordt het bedrag verhoogd naar € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar. Als een van de twee bedragen wordt overschreden, is de vrijwilligersregeling niet van toepassing en zal moeten worden getoetst of sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. De verhoging zal ook van toepassing zijn voor de werknemersverzekeringen.

Fiscale bijtelling fiets van de zaak
De regeling voor het (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Nu moet nog per individueel geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van het privégebruik van de fiets is. Nu werkgevers dit als administratief omslachtig ervaren, gaat vanaf 2020 voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets een vaste bijtelling gelden zoals we deze ook kennen voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets. Accessoires bij de fiets die deel uitmaken van de consumentenadviesprijs en met de fiets ter beschikking worden gesteld vallen onder de forfaitaire regeling. Indien de werknemer een vergoeding verschuldigd is voor het privégebruik van de fiets, mag deze in aftrek worden gebracht van de bijtelling, maar de bijtelling kan niet negatief worden. Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘fiets’ en daarom moet worden aangesloten bij het spraakgebruik. Zekerheidshalve wordt in dit kader wel in de wet opgenomen dat als de fiets mede door menselijke spierkracht wordt aangedreven en is uitgerust met een elektromotor (juridisch is het namelijk een bromfiets) deze ook wordt aangemerkt als fiets. Dat een fiets (mede) voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld dient in beginsel door de inspecteur aannemelijk te worden gemaakt. Met het oog op de eenvoud,
uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid wordt een fiets echter in ieder geval geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan indien deze ook voor woon-werkverkeer ter beschikking
staat.
30%-regeling met ingang van 1 januari 2019 verkort naar vijf jaar
De 30%-regeling is een fiscale faciliteit voor werknemers die vanuit het buitenland naar Nederland komen en een specifieke deskundigheid bezitten die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet, of schaars, aanwezig is. Op basis van deze faciliteit kan grofweg 30% van het loon onbelast (gericht vrijgesteld) worden vergoed door de werkgever. Zoals aangekondigd, is in het Belastingplan 2019 opgenomen dat de periode van toekenning van de 30%-regeling met ingang van 1 januari 2019 wordt
beperkt van acht tot vijf jaar. Van groot belang is dat deze wijziging ook van toepassing is op werknemers die momenteel al gebruikmaken van de 30%-regeling. Concreet betekent dit dat voor bestaande gevallen de einddatum op de 30%-beschikking met drie jaar wordt vervroegd, maar uiteraard niet verder dan tot 31 december 2018. Onder de 30%-regeling kan in de aangifte inkomstenbelasting de keuze worden gemaakt voor de zogenoemde partiële buitenlandse belastingplicht. Dit betekent dat de werknemer voor de belastingheffing in box 2 (aanmerkelijk belang) en box 3 (inkomen uit sparen en beleggen) wordt aangemerkt als buitenlands belastingplichtige en dus beperkt in de heffing van box 2 en box 3 wordt betrokken. Vanwege de verkorting van de toekenningsduur van de 30%-regeling wordt ook de periode waarin de keuze voor
de partiële buitenlandse belastingplicht kan worden gemaakt teruggebracht van acht naar vijf jaar. Schoolgelden voor een internationale school mogen naast de 30%-regeling ook gericht vrijgesteld worden vergoed. Schoolgelden die betrekking hebben op het schooljaar 2018/2019, mogen in 2019 onbelast worden vergoed aan werknemers die op dat moment nog van de 30%-regeling gebruik hadden kunnen maken als de toekenningsduur per 1 januari 2019 niet was beperkt.

Wijziging bijtelling auto’s zonder CO2-uitstoot:
Voor auto’s zonder CO2-uitstoot met een datum 1e toelating op of na 1 januari 2019 geldt vanaf 1 januari 2019 een verlaagde bijtelling van 4% voor zover de grondslag voor de bijtelling €50.000 of lager is. Voor het deel van de grondslag boven €50.000 geldt de algemene bijtelling van 22%.

Voorbeeld :
Uw werknemer krijgt van u een leaseauto zonder CO2-uitstoot. De datum 1e toelating is 1 februari 2019. De grondslag voor de bijtelling is
€80.000. Het loontijdvak van de werknemer is een maand. Hij betaalt u elke maand een eigen bijdrage van €200. De bijtelling per maand is
dan: ((€50.000 x 4%) : 12) + ((30.000 x 22%) : 12) - €200 = €516,67


Voor auto’s zonder CO2-uitstoot met een datum 1e toelating vóór 1 januari 2017 waarbij de termijn van 60 maanden voorbij is, geldt vanaf 1 januari 2019 een verlaagde bijtelling van 7% voor zover de grondslag voor de bijtelling €50.000 of lager is. Voor het deel van de grondslag boven €50.000 geldt de algemene bijtelling van 25%. Het gaat dan dus om alle auto’s met een datum 1e tenaamstelling in 2013 of eerder. En om auto’s met een datum 1e tenaamstelling in 2014: voor deze auto’s verloopt de termijn van 60 maanden in de loop van 2019.

Voorbeeld :
Uw werknemer krijgt van u een leaseauto zonder CO2-uitstoot. De datum 1e toelating is 1 februari 2014. De datum 1e tenaamstelling is 16 mei 2014. De grondslag voor de bijtelling is €60.000. Het loontijdvak van de werknemer is een maand. Hij betaalt u elke maand een eigen bijdrage van €50. De bijtelling per maand over januari tot en met mei 2019 is dan: ((€60.000 x 4%) : 12) - €50 = €150 De bijtelling per maand over juni tot en met december 2019 is: ((€50.000 x 7%) : 12) + ((10.000 x 25%) : 12) - €50 = €450


Meldingsplicht EU-dienstverleners treedt in 2019 in werking
Op 18 juni 2016 is in Nederland de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU) ingegaan. Voor in het buitenland gevestigde werkgevers en Nederlandse werkgevers waar deze werknemers naar worden gedetacheerd gelden verplichtingen. Als niet aan de verplichtingen wordt voldaan kunnen hoge boetes worden opgelegd. Vermoedelijk met ingang van 1 april 2019 wordt de al eerder aangekondigde meldingsplicht ingevoerd voor dienstverleners uit andere EU-lidstaten die hun werknemers in Nederland laten werken. Door invoering van deze plicht kan de Inspectie SZW (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) controleren of EU-werknemers de minimale arbeidsvoorwaarden krijgen waar ze recht op hebben en daarmee of de buitenlandse ondernemingen voldoen aan de Europese detacheringsrichtlijn. De meldingsplicht heeft ook gevolgen voor de dienstontvanger. Deze moet namelijk uiterlijk bij aanvang van de werkzaamheden
hebben gecontroleerd of de melding is gedaan en zo ja, verifiëren of de personen die de dienst komen verrichten overeenkomen met de bij de melding opgegeven personen.

Vervanging Wet DBA verder uitgewerkt in 2019
In 2019 zullen de maatregelen ter vervanging van de Wet DBA nader worden uitgewerkt. Het doel is om vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt de schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegen te gaan. Daarnaast beogen de maatregelen zekerheid te geven aan zelfstandigen en hun opdrachtgevers dat geen sprake is van een dienstbetrekking. De Wet DBA is nog steeds van kracht, maar de handhaving is onder voorwaarden uitgesteld tot 1 januari 2020.

Wijzigingen sectorale bijdragen 2020
In de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) is het per 2020 vervangen van de sectorale WW-premie door een premiedifferentiatie naar de aard van de arbeidsovereenkomst opgenomen en afschaffing van de sectorpremies.

Subsidie maatregel Loonkostenvoordeel
Voor twee specifieke doelgroepen (banenafspraak en scholingsbelemmerden) geldt het loonkostenvoordeel (LKV) nu maximaal drie jaar. De beperking tot drie jaar komt met ingang van 2020 te vervallen.

Afkoopkorting pensioen in eigen beheer in 2019
Sinds 1 juli 2017 kunt u geen pensioen in eigen beheer meer opbouwen. 2019 is het laatste jaar waarin u er nog voor kunt kiezen het pensioen in eigen beheer af te kopen. U krijgt dan een afkoopkorting van 19,5%.

Kraamverlof
In 2018 hadden partners van moeders recht op twee dagen betaald kraamverlof en drie dagen onbetaald verlof. In 2019 wordt het verlof uitgebreid naar een werkweek betaald verlof. Het UWV is verantwoordelijk voor de uitkering.

Minimumjeugdloon 21 jarigen
Jongeren vanaf 21 jaar gaan hetzelfde minimumloon verdienen als volwassenen. De verhoging geschiedt in twee stappen in 2017 en 2019. Werkgevers krijgen over de tweede helft van 2017 en over 2018 een compensatie voor de verhoging
van het minimumjeugdloon. De compensatie wordt echter pas in 2019 vastgesteld en uitbetaald.

Tot slot
Indien u naar aanleiding van deze nieuwsbrief nog vragen heeft dan zullen wij die graag beantwoorden.

Met vriendelijke groet,

Kap Trechsel
Salarisadministratie en Personeelsadvies K.A.P. B.V.
Tel: 0591-393333
Email: info@kapsalaris.nl


Disclaimer: De inhoud van deze nieuwsbrief is informatief en vormt geen advies. Deze nieuwsbrief is met uiterste zorg samengesteld. Echter Salarisadministratie en Personeelsadvies K.A.P. B.V. aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden, typefouten, onvolledigheden of gevolgen (door handelen of nalaten) daarvan.