Klantenreactie

De samenwerking tussen K.A.P en ACNielsen (Nederland) B.V. en Nielsen Media Research B.V. is al jarenlang zeer prettig te noemen. Bij K.A.P ben je... Lees meer ›
Cheryl-Ann del Prado, AC Nielsen & Nielsen Media Research

Ontslagvergoeding.... hoe nu verder ?

Het is van alle tijden dat werkgevers en werknemers soms gewild en soms ongewild van elkaar afscheid nemen. Maar in tijden van crisis neemt het aantal ontslagzaken toe. De werkgever heeft er baat bij de werknemer op een zo goedkope manier te ontslaan, de werknemer wil daar een vergoeding voor krijgen. De ontslagvergoeding voor de werknemer is inmiddels een hot item in vele discussies. Maar wat zijn de fiscale gevolgen van een ontslagvergoeding?


Ontslagvergoeding

Een dienstbetrekking leidt tot belastingheffing. Het door de werkgever uitbetaalde bedrag aan loon is onderworpen aan loonheffingen (loonbelasting en premies werknemersverzekeringen). Of een ontslagvergoeding is belast, hangt af van het feit waarvoor de vergoeding moet worden uitbetaald.
Als de ontslagvergoeding een vergoeding vis voor gederfd of te derven loon dan is de vergoeding loon uit vroegere dienstbetrekking. Daarbij is geen sprake van de heffing van werknemersverzekeringen. Wel moet over de ontslagvergoeding inkomensafhankelijke premie Zorverzekeringswet worden berekend.
Als in de ontslagvergoeding ook een vergoeding is opgenomen voor bijvoorbeeld uit te keren vakantiedagen, vakantiegeld en achterstallig loon, dan is sprake van loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Op dit loon is wel sprake van de plicht om premies werknemersverzekeringen in te houden of te berekenen.
Als de ontslagvergoeding ziet op het vergoeden van geleden schade door de werknemer in de persoonlijke levenssfeer, dan is sprake van een immateriële schadevergoeding. Deze vergoeding ziet niet op de arbeidsrelatie tussen de werkgever en de werknemer. Doordat er geen verband is met de dienstbetrekking, is er geen sprake van de plicht om loonheffingen in te houden op de ontslagvergoeding.

Afwikkeling van de ontslagvergoeding 

Als een werkgever een belaste ontslagvergoeding moet uitkeren aan een werknemer, dan heeft de werkgever meerdere opties om uit te kiezen. De meest simpele keuze is het uitbetalen van de vergoeding in één bedrag aan de werknemer. Voor zover sprake is van belast loon, moet de werkgever loonheffing inhouden op de uitkering en afdragen aan de Belastingdienst. De werknemer ontvangt een netto bedrag.
 
Een andere optie is om de werknemer in kwestie een keuze te geven om de ontslagvergoeding in periodieke betalingen te ontvangen. Daarbij geldt dat de werknemer nimmer het bedrag van de vergoeding in één keer tot zijn beschikking mag krijgen. De werkgever moet het bedrag bijvoorbeeld afstorten bij een verzekeringsmaatschappij of een bank. De werkgever hoeft bij een juiste afwikkeling geen loonheffing in te houden op de vergoeding.
Het voordeel voor de werknemer in laatstgenoemde optie, is dat de uitkeringen over meerdere jaren uitgekeerd worden in de toekomst. Daarmee maakt de werknemer meer gebruik van de progressie van de tarieven van de inkomstenbelasting. Per saldo betaalt de werknemer dan minder belasting over de ontslagvergoeding. De keuze voor een verzekeringsmaatschappij of bank vergt wel een afweging. Dit valt buiten het bestek van dit artikel.

Stamrecht BV

Als de vergoeding een behoorlijke omvang heeft, kan de werknemer ook nog besluiten de ontslagvergoeding rechtstreeks te laten storten in een eigen besloten vennootschap. Deze vennootschap doet dienst als stamrecht BV. Dit betekent dat de BV het geld bruto krijgt en het geld vervolgens kan laten renderen. Als de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft, staat er een eindkapitaal en met dat eindkapitaal geeft de BV aan de werknemer een jaarlijkse uitkering.
Met deze variant van de stamrecht BV loopt de werknemer een aantal risico’s. Trekt de werkenmer zonder nadenken de vennootschap leeg middels dividenduitkeringen, dan zal de Belastingdienst in stelling brengen dat de werknemer heeft afgezien van de stamrechtverplichting. Dit leidt tot een heffing over het volledige bedrag van de stamrechtverplichting inclusief een boeteheffing van 20% (zogenaamde revisierente) en boetes. Het devies luidt daarom dat de werknemer niet te lichtzinnig moet omgaan met deze variant van een stamrecht BV.
Een stamrecht BV heeft daarentegen als voordeel dat de werknemer via de BV de beschikking houdt over het geld. De werknemer kanmet dit geld een onderneming opzetten. In de praktijk verdient het daarom altijd de voorkeur om in een dergelijke situatie advies in te winnen bij uw belastingadviseur.